Menno – naaste

Soms weet iemand niet wat hij moet zeggen en dat begrijp ik.
Zeven jaar geleden kreeg mijn vriendin de diagnose lymfeklierkanker. Voor mij als naaste veranderde er in één klap veel. Wat direct opviel? Hoe ongelooflijk veel warme, lieve en oprechte reacties we kregen. Het was bijna overweldigend midden in een donkere periode voelde die betrokkenheid als een lichtpunt.
Natuurlijk waren er ook mensen die wegbleven, simpelweg omdat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Dat begreep ik eerlijk gezegd heel goed. Het ís ongemakkelijk. Je weet niet of iemand erover wil praten of hoe je zo’n gesprek begint. Dat vind ik zelf soms nog steeds lastig, ondanks dat ik weet dat openheid juist helpt.
Wat mij het meest raakte? De enorme hoeveelheid kaarten en appjes, vaak van mensen van wie ik het nooit had verwacht. Die kleine gebaren waren een enorme steun.
Als ik één zin zou doorgeven aan iemand die niet weet wat hij moet zeggen:
“Ik hoorde dat je slecht nieuws hebt gehad. Wat erg voor je. Ik denk aan je.”
Wat zeg je tegen iemand die kanker heeft?
Wanneer iemand in je omgeving kanker krijgt, verandert er veel. Ook voor jou. Mensen twijfelen wat ze moeten zeggen, zijn bang om iets verkeerds te doen of blijven weg omdat het ongemakkelijk voelt. Maar juist dan heeft iemand woorden, aandacht en aanwezigheid nodig.
Bij het Toon Hermans Huis zien we elke dag wat contact kan doen: hoe één zin al verschil maakt, hoe stilte soms pijn doet, en hoe kleine gebaren steun kunnen bieden in een periode die alles op zijn kop zet.
De verhalen die wij delen laten zien wat wél helpt: erkenning, aanwezigheid en eenvoud. Hier lees je eerlijke ervaringen en concrete handvatten van mensen die het zelf meemaakten én van naasten. Zodat je nooit meer met lege handen staat wanneer iemand vertelt dat hij of zij kanker heeft.

Arend Jan
Gewoon samen iets doen, alsof het leven nog steeds van mij was en niet van de kanker.
Lees meer.






